Disintegration is een game van ontwikkelaar V1 Interactive. Niet direct een bekende naam, maar als je weet dat Marcus Lehto, een van de mannen achter de allereerste Halo, de bedenker is van Disintegration, dan bekijk je de titel toch van iets naderbij. Wij kregen op Gamescom de kans om de multiplayer al even aan de tand te voelen.
Disintegration speelt zich af in een donkere toekomst, waarin de mensheid op de rand van de afgrond staat. Sterker nog, eigenlijk zijn ze al over die afgrond gegaan en zoeken ze nu een weg terug. Om de eigen uitsterving te vermijden hebben wetenschappers jaren geleden al een oplossing gevonden. Ze werkten een systeem uit waarbij de hersenen van mensen konden worden overgezet naar robots. Dan hebben we het niet over een of andere digitale download, maar over de echte squishy parts. Die praktijk noemde met Integration.
De bedoeling was dat de mensheid later, wanneer de aarde terug leefbaar was, heel die operatie zou omkeren. Dat heet dan weer Disintegration. In de tussentijd is er echter een groep ontstaan die is vergeten dat ze ooit echte mensen waren en voor wie de geïntegreerde toestand aanvoelt als de echte manier van leven. Bovendien zijn ze niet echt verdraagzaam en willen ze iedereen die er anders over denkt een kopje kleiner maken. Je voelt het al komen, er komt een fikse oorlog waar jij midden in verzeild geraakt.
In de game kruip je in de huid van een van die robots – eentje die wel hoopt ooit nog mens te worden – die samen met vier anderen de strijd aangaat. Als leider van je groep reis je rond op een gravcycle (een soort zwevende motor) en geef je de rest van het team commando’s. Ondertussen moet je zelf ook nog schieten op alles wat beweegt en proberen in leven te blijven. Disintegration lijkt zo een soort mix te worden tussen RTS en FPS.
Wij kregen op Gamescom de mogelijkheid om al even een deel van de multiplayer uit te testen. Daarbij werden we in twee teams van vier tegenover elkaar gezet. Elke speler kreeg zijn eigen gravcycle en mocht vervolgens een eigen team uitkiezen. In de eerste games werd alvast duidelijk dat we er niets van bakten.
Dat had meerdere redenen. Voor de meesten was het nog even zoeken naar de verschillende skills die je crew kan uitvoeren, terwijl we ook nog met onze eigen gravcycle doelwitten moesten bestoken. Daarnaast is Disintegration ook gewoon moelijker dan het er uitziet. In het eerste opzicht lijkt het gewoon een shooter, waarbij je enkele area skills ter beschikking krijgt dankzij je teamgenoten, maar uiteindelijk gaat het toch net dat tikkeltje verder.
In de mode die wij speelden moesten we bepaalde objecten van twee punten naar een bepaalde zone brengen, om zo punten te scoren (of we moesten dat net vermijden). Je kan echter niet zelf met die objecten op pad. Je moet je crew de opdracht geven er mee aan de haal te gaan. Terwijl ze dat doen, moet jij ze verdedigen. Lukt dat niet, dan moet iemand anders het object oppakken en ben je bovendien een van je crewleden kwijt. Dat wil ook zeggen dat je zijn skill niet meer kan gebruiken tot hij respawnt. Natuurlijk kan je ook zelf sterven en dan ben je zoals in elke shooter even buiten strijd.
Dat je niet enkel op jezelf moet letten, maar ook op een aantal andere personages, maakt het er niet altijd gemakkelijker op. Zeker in de multiplayer waar acht crews tegelijk over het scherm lopen, kan het allemaal nogal hectisch worden. Soms moet je dan ook gewoon aanvaarden dat er leden van je team sterven en dat je daar weinig aan kan doen.
Een aantal journalisten gaf het vrij snel op, maar samen met enkele Nederlandse collega’s en na wat tips van een dev probeerden we toch nog een extra potje. Wanneer verschillende spelers zich beter van hun taak kwijten, iedereen weet wat zijn skills inhouden en er gewoon beter wordt nagedacht, wordt Disintegration plots een stuk interessanter om te spelen. De tactische kant komt dan naar boven, waardoor het shootergedeelte minder gaat domineren. Dat is maar goed ook, want je mag dan wel heel wat vuurkracht hebben op je gravcycle, je bent verre van onoverwinnelijk en de gravcycle domineert ook helemaal niet de strijd.











